‘Een persoonlijk budget voor bijscholing werkt alleen als je weet hoe je het kunt gebruiken’

De Commissie Borstlap wil een persoonlijk ontwikkelbudget waaruit alle werkenden kunnen putten voor om- en bijscholing. Dit is een van de weinige punten uit het rapport ‘In wat voor land willen wij werken?’ waar alle betrokkenen toekomst in zien. “Het gaat om het bedenken van handige stappen voor je carrière.”

De Commissie Regulering van Werk ging onder leiding van topambtenaar Hans Borstlap in 2018 aan de slag met een toekomstplan voor de veranderende Nederlandse arbeidsmarkt. Zo stijgt het aantal flexwerkers al jaren: in 2019 had nog maar zestig procent van de werkenden in ons land een vast contract. Het toekomstplan werd in de vorm van een rapport in januari 2020 gepresenteerd.

Vakbonden als het CNV, FNV en de LTO zijn lang niet blij met de plannen van Borstlap. Vooral het feit dat werkgevers straks meer mogelijkheden hebben om hun werknemers te ontslaan, schiet bij hen in het verkeerde keelgat. Waar zelfstandigen, zelfstandig mogen blijven, is het wat Borstlap betreft afgelopen met de freelancers en oproepkrachten. De adviescommissie wil terug naar drie soorten personeel: vast, tijdelijk en zelfstandig. Het gaat dan om vaste contracten voor (on)bepaalde tijd, tijdelijke uitzendkrachten die werk doen waarvan de omvang niet van tevoren kan worden vastgesteld en zelfstandigen.

Inzetbaarheid

Hoewel de meningen over de plannen van de commissie verdeeld zijn, zijn de adviseurs, werkgevers, werkenden en experts het over één ding wel eens: een persoonlijk ontwikkelbudget, zoals in het rapport besproken, komt iedere werkende ten goede. Wat houdt dit budget precies in? Het gaat hierbij om een uitbreiding van de al bestaande transitievergoeding die werknemers krijgen als ze van baan wisselen. Iedereen krijgt dit budget bij de geboorte van de overheid en het is bedoeld ervoor te zorgen dat werkenden zichzelf hierdoor hun hele leven lang blijven ontwikkelen en zo langer inzetbaar blijven op de arbeidsmarkt. Je werkgever betaalt maandelijks een bijdrage in je budget. Ook kun je zelf een aanvraag indienen bij de overheid voor een verhoging van je persoonlijk ontwikkelbudget.

Jos Sanders is lector Leren tijdens Beroepsloopbaan aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en gespecialiseerd in leven lang ontwikkelen (LLO), waar Borstlap met dit budget naar streeft. “Bij Leven Lang Ontwikkelen gaat het om het bedenken van handige carrièrestappen. Eigenlijk is LLO daarom een synoniem voor duurzame inzetbaarheid, waarbij je jezelf blijft ontwikkelen en nieuwe kennis opdoet. Want kennis kan in waarde verminderen.”

Veranderingen

De kennis die je bezit kan op meerdere manieren in waarde afnemen. Een eerste manier is doordat de inhoud van je functie verandert. Bijvoorbeeld doordat computers een deel van je werkzaamheden overnemen. Of nog extremer: dat je functie verdwijnt. “Het werk van de mensen die vroeger bij de gelduitgifte punten zaten, is overgenomen door de pinautomaat. Hun kennis is dus sterk in waarde verminderd.”

Maar ook door fysieke slijtage of doordat je kennis al heel lang niet hebt gebruikt, wordt de waarde van kennis lager. Als laatste kan ook het veranderen van werkgever ervoor zorgen dat procesgerelateerde kennis verloren gaat. “Onder je nieuwe baas werkt het toch allemaal net even anders.”

Waardevermindering

Iedereen krijgt in zijn of haar werk te maken met deze waardevermindering. “Hoewel dat net zo geldt voor flexwerkers als voor werknemers, zou die eerste groep hier misschien meer mee bezig moeten zijn”, vindt Sanders. “Niet investeren in je belangrijkste product, jezelf, zou niet slim zijn. Maar zij zijn dit vaak al meer gewend omdat ze zich steeds opnieuw moeten verkopen. Flexwerkers moeten steeds opnieuw bedenken: Wat heb ik in huis en wat wordt gevraagd op de markt?”

Gedurende je carrière blijven leren, hoeft volgens Sanders niet per se tijdens een cursus of omscholing, maar gebeurt ook tijdens het werk. “Met name lager opgeleiden laten zien dat er op veel manieren geleerd en ontwikkeld wordt. Hun werk is afgelopen tien jaar op tal van punten veranderd. Toch laten ze zien dat er positieve en interessante manieren van leren en ontwikkelen zijn. Dat geldt voor flexwerkers niet anders dan voor vaste krachten. Zij krijgen te maken met dezelfde verhoudingen van vraag en aanbod.”

Kwetsbaar

Sanders raadt iedere werknemer dan ook aan om goed te kijken naar wat de arbeidsmarkt van hem of haar vraagt en hier tijdig op in te spelen. Nog niet iedereen doet dat nu, zegt hij. “Het kan altijd beter. Als je kijkt naar de deelname aan ontwikkelingsprojecten dan staan flexwerkers niet bovenaan op de lijst. Terwijl het een relatief kwetsbare groep is. Je wilt geen piek- en ziek-cultuur. Maar dat ontstaat wel sneller omdat er weinig ontwikkeling zit in invliegen en wegvliegen, zoals veel flexwerkers doen.”

Voor sommige flexwerkers is het lastig zichzelf te ontwikkelen of vinden ze het niet nodig. “Het is voor mij nu niet nodig om bij te scholen. Dit is niet mijn langetermijnplan”, vertelt Sterre Kuijpers. Zij is student en werkt als zelfstandige in de horeca. Hoe haar werkgevers omgaan met haar om- en bijscholing verschilt per bedrijf. “Sommigen willen graag dat de oproepkrachten blijven en komen je daarom tegemoet met goede arbeidsomstandigheden.”

Daniela Silvestri werkt als freelancer bij Rijnmond, de lokale omroep van regio Rotterdam. Het valt haar op dat zij niet altijd net zo behandeld wordt als vaste werknemers als het gaat om persoonlijke ontwikkeling. “Ik hoor weleens collega’s over cursussen waarin ik niet word meegenomen. Nu weet ik niet of dat komt omdat ik nog relatief nieuw bij het bedrijf ben of niet. En het verschilt ook per cursus, want naar sommigen mag ik wel. Het lijkt mij ook alleen maar handiger voor mijn werkgever als ik op de hoogte ben van de laatste ontwikkelingen.”

Kanttekening

Sanders ziet werkenden graag in zichzelf investeren. Daarom is hij ook positief over de plannen van de commissie. Maar hij plaatst hier wel een kanttekening bij. “Een persoonlijk potje voor bijscholing werkt alleen als je weet hoe je het moet gebruiken.” Deze mening sluit aan bij die van ondernemersorganisatie VNO-NCW die de belangen behartigd van de werkgevers.

Zij maakt zich al langer hard voor een systeem dat blijven leren, bevordert. “Het kabinet zou daar geld in moeten steken want het verdient zich dubbel en dwars terug”, vertelt Mieke Ripken van het VNO-NCW. “Het draagt bij aan de duurzame inzetbaarheid van de mensen en het terugdringen van inkomensongelijkheid.”

Bij een goed systeem van leerrechten, zoals het persoonlijk ontwikkelbudget van Borstlap, hoort volgens Ripken wel ‘goed en persoonlijk loopbaanadvies voor iedereen’. “In dit soort met regelmaat te houden gesprekken moeten de arbeidsmarktpositie, -mogelijkheden en toekomstverwachtingen van de sector en de persoon en de daarbij passende ontwikkelingsmogelijkheden worden besproken. Op het moment dat iedereen leerrechten en een ontwikkelpot heeft, hoeft het wat scholing betreft dus niet meer uit te maken of iemand in vaste dienst is of niet.”

“Om duurzame inzetbaarheid voor elkaar te krijgen, moeten we kijken naar drie dingen: richting, ruimte en ruggensteun”, vult Sanders het standpunt van Ripken aan. “Welke kant gaat het om met mijn baan en past die richting bij mij? Hoe kan ik daar het beste mijn middelen aan besteden? En krijg ik steun van mijn omgeving om mij bijvoorbeeld om te scholen?”

Daarom is goede begeleiding bij het krijgen van zo’n ontwikkelbudget ook volgens Sanders erg belangrijk. “Aan budget ontbreekt het over het algemeen niet, dat is allemaal ruim voorhanden. De grote uitdaging is te zorgen dat mensen die zo’n budget hebben het ook gebruiken. Daarbij is aanbeveling en coaching buitengewoon nuttig.”

Keuzestress

Maar dat is nog niet altijd even makkelijk. “De crux is volgens mij dat mensen over het algemeen moeite hebben om te bepalen waar ze die middelen het beste aan kunnen besteden. Dan krijg je keuzestress. Informatie en coaching kan je dan helpen te bepalen wat voor jou een slimme investering is.” Of die coaching afkomstig is van een onafhankelijk persoon of dat die via je werkgever is georganiseerd, is ook nog belangrijk, vertelt Sanders. “De meeste werkgevers bieden coaching aan, maar dan krijgen werknemers vaak het idee dat als ze hun ambities uitspreken, ze wellicht weg moeten.”

Maar hoe werkt dat persoonlijk ontwikkelbudget dan precies? Je krijgt bij de geboorte een startbedrag van de overheid. Daarna stort je werkgever hier periodiek een bedrag in. En je kunt via het STAP-budget, dat staat voor Stimulans Arbeidsmarktpositie, nog een aanvraag doen bij de overheid voor een verhoging van het budget. In 2019 werd hiervoor 1,6 miljard euro vrijgehouden. Ter vergelijking: in 2013 werd 750 miljoen euro uitgegeven aan duurzame inzetbaarheid. Deze 1,6 miljard zou genoeg zijn voor aanvragen van 2,3 miljoen Nederlanders die allemaal tussen de duizend en tweeduizend euro per jaar kunnen aanvragen. “De financiering die iemand ontvangt van de overheid is ook afhankelijk van de opleiding die hij of zij heeft gevolgd”, vertelt Ripken van het VNO-NCW. “Lager opgeleiden krijgen daarmee meer leerrechten dan hoger opgeleiden. Het verschil in kosten tijdens de mbo- of wo-opleiding wordt viruteel op de individuele leerrekening gestort.”

Kennistekort

Niet alleen een financiële bijdrage en goede begeleiding zijn belangrijk bij het Leven Lang Ontwikkelen. Als laatste stipt Sanders ook de motivatie van werkenden aan. “Werkenden met een goede ervaring op school zijn eerder geneigd op latere leeftijd terug te keren. Als mensen een kennistekort ervaren, maar dat nooit meer hebben kunnen inhalen tijdens trainingen ontstaat ook een afname aan motivatie.” In die zin hebben we het hier dus eigenlijk over faalangst.

Om het belang van een leven lang ontwikkelen aan te stippen, vertelt Sanders over een onderzoek van de Hogeschool in Arnhem en Nijmegen, waar hij werkt. “We onderzochten wat er gebeurt als flexwerkers volledig worden opgenomen in de bedrijfscultuur. Denk aan mee gaan met uitjes, hetzelfde cao, het krijgen van een kerstpakket. Dit blijkt heel bevorderlijk voor de innovativiteit van het bedrijf. Het zorgen voor inclusiviteit van flexwerkers levert bedrijven dus echt wel wat op.”

Hoewel het rapport van de Commissie Borstlap nu nog een advies is en de partijen van de regering de Sociaal Economische Raad nog om raad kunnen vragen, valt nu al wel te stellen dat in ieder geval over het persoonlijk ontwikkelbudget geen discussie meer zal plaatsvinden. Experts, ondernemersorganisatie en werkenden zelf, zijn er enthousiast over. Deze investering zal goed zijn voor de ontwikkeling van werknemers waardoor bedrijven uiteindelijk productiever en innovatiever gaan werken.

Deze productie maakte ik voor mijn afstudeerdossier aan de School voor Journalistiek in februari en maart 2020. Deze productie is gemaakt om gepubliceerd te worden bij bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer of het Algemeen Dagblad.

Print Friendly, PDF & Email